Limburg

Limburg

De streek

Voor de wijnbouw in Limburg is met name het Heuvelland in het zuiden van belang met een belangrijke uitzondering in Midden-Limburg: het witte stadje Thorn gelegen aan de oevers van de Maas. De heuvels in Zuid-Limburg vormen de uitlopers van de Ardennen en de Eifel en bieden de ideale ondergrond voor terrasvormige wijngaarden op hoogtes tot 200 meter.

Het natuurlijke landschap in Midden en Zuid- Limburg wordt gekenmerkt door een afwisseling van bossen, heidevelden, akkers, weilanden en boomgaarden. De kenmerkende lössgronden met kalkrijke mergel als ondergrond treffen we vooral in Zuid-Limburg aan. In Midden-Limburg vormen arme zandgronden en vooral grind afgezet door de Maas de ideale ondergrond voor druiven. Ook op cultuurhistorisch gebied is Limburg rijkelijk bedeeld. Beschermde dorps- of stadsgezichten bepalen het aangezicht, evenals talloze kerken, kastelen, boerderijen, watermolens, carréboerderij, mergelhoeves en vakwerkhuizen aan.

Typisch Limburgs zijn ook de wegkruizen en wegkapelletjes, die langs veel wegen (soms holle wegen) te vinden zijn samen met het coulisselandschap van hoogstambomen en meidoornhagen. Zuid-Limburg biedt daarnaast nog een kilometers lange ondergrondse wereld in de vorm van mergelgrotten, ontstaan door mergelwinning. Het gebied tussen Vaals en Gulpen werd in 2005 door de Stichting Natuur en Milieu gekozen als mooiste landschap van Nederland en bekroond met 5 sterren.

De historie

Het is onduidelijk wanneer de wijnbouw in Limburg precies is ontstaan. Waarschijnlijk is de wijnbouw niet in de Romeinse tijd ontstaan, aangezien de Romeinen hun wijnen meebrachten uit de warmere streken van het Rijk. De oudste officiële vermelding van wijnbouw in Nederland stamt uit 968. In de inventarislijst van koningin Gerberga van Saksen worden enige wijngaarden rond Maastricht beschreven. In het Belgisch-Limburgse gedeelte van de Maasvallei gaan de bronnen terug tot 750 na Christus toen de heilige maagden Harlindis en Relindis de scepter zwaaiden over het klooster van Aldeneik.

Dat er in die tijd in Limburg wijngaarden waren, is niet zo verwonderlijk. Ondanks de relatief noordelijke ligging (op de 51ste graad noorderbreedte) ten opzichte van andere wijngebieden en boven de natuurlijke rijpingsgrens van wijnstokken, lag de streek erg gunstig door de hellingen en vruchtbare lössbodem. Vanuit Maastricht verspreidde de wijnbouw zich langs de rivieren de Geul en de Jeker door Zuid-Limburg. Later in de Middeleeuwen verspreidde de wijnbouw zich ook over andere delen van Nederland. Dit was het gevolg van het relatief warme klimaat in die tijd. In de veertiende- en vijftiende eeuw waren de heuvels rond het Maasdal en Geuldal grotendeels begroeid met wijnranken en was de Nederlandse wijnbouw op zijn hoogtepunt. Dit werd anders nadat de wijnbouw concurrentie kreeg van de bierproductie. Doordat men hop ging toevoegen aan bier werd dit langer houdbaar en beter van smaak en won de bierconsumptie het van de wijnconsumptie. /p>

Na 1540 veranderde het klimaat in Nederland. Het werd kouder en vanaf 1590 kwam ons land in een zogenaamde Kleine IJstijd. Mede door vernielingen tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd de wijnbouw in Nederland gedecimeerd. De definitieve slag voor de wijnbouw kwam toen de druifluis en Napoleon het verbouwen van wijn in Nederland onmogelijk maakten. De laatste wijngaard rond Maastricht legde rond 1946 het loodje. Al vele jaren eerder was de druiventeelt in Nederland gemarginaliseerd. Rond het begin van de jaren ‘70 van de twintigste eeuw veranderde er veel ten goede voor de wijnbouw in Nederland. De Apostelhoeve in Maastricht begon met de aanplant van wijngaarden en herstelde daarmee een eeuwenoude traditie in Limburg. Sinds die tijd is er een gestage groei van de wijngaarden in Limburg waar te nemen en staat de teller heden ten dage op vijftien commerciële wijngaarden in Zuid-Limburg.

Het terroir, klimaat, bodem en neerslag

Limburg is de meest zuidelijke provincie van Nederland. Het klimaat is, net als in de rest van Nederland, gematigd zeeklimaat met regelmatige neerslag het hele jaar door. Wel heeft Limburg te maken met een iets grotere invloed van het landklimaat, omdat er geen grote temperatuurmatigende watervlaktes in de buurt zijn. Zo kan het zomers een stuk warmer worden dan in de rest van Nederland en in de winter een stuk kouder, vooral in het hogere Zuid-Limburg. Limburg is de provincie met de meeste zonuren in de zomer en heeft in totaal gemiddeld 1650-1700 zonuren per jaar.

Door de langgerektheid van Limburg en de voor Nederland ongekende hoogteverschillen heeft de provincie een grote variatie in microklimaten. In Noord- en Midden-Limburg vinden we op de zandgronden de droogste en ook de minst zonnige gebieden van Nederland. Op de Vaalserberg, 321 meter hoog, wordt jaarlijks de meeste regen (gemiddeld 900 mm en meer) en ook de meeste sneeuw gemeten. In de beekdalen van Zuid-Limburg kan het erg koud worden, omdat koude lucht zich in die dalen ophoopt. Vooral in het voorjaar levert dit voor de fruittelers en wijnboeren de nodige problemen op. Maastricht en omgeving (het Maasdal) heeft het warmste klimaat van Nederland en af en toe bij gunstige omstandigheden treedt er zelfs föhnwerking op waardoor de temperatuur vele graden hoger ligt dan in meer noordelijke delen van Limburg.

De bodem in Zuid-Limburg bestaat uit löss en mergel. Löss bestaat uit stofdeeltjes die tijdens extreem koude fasen van de ijstijden zijn weggeblazen van de toen droog-liggende Noordzeebodem. Pas in de luwte van de Zuid-Limburgse heuvels dwarrelden ze naar de grond. Löss is organisch rijk en daardoor uiterst vruchtbaar. De lössdeeltjes zijn iets groter dan kleideeltjes, maar veel kleiner dan zandkorrels. Lössdeeltjes zijn erosieproducten ontstaan tijdens ijstijden 20.000 jaar geleden. Löss heeft een vrij open structuur en laat (regen)water goed door. Door de open structuur kan ook zuurstof goed de lössgrond binnendringen. In de bovenste zone van de löss kunnen planten gemakkelijk wortelen, tot ze op ongeveer 60 cm diepte op een harde laag stuiten. Die onderlaag wordt in Zuid-Limburg gevormd door mergel en bestaat voor 98% uit koolzure kalk en voor 2% uit andere bestanddelen, voornamelijk zand.

De Zuid-Limburgse naam "mergel" komt waarschijnlijk van het Romeinse "marga". Mergelgesteente is ontstaan in een periode genaamd het Boven-Krijt. Het Boven-Krijt begon 80 miljoen jaar geleden en eindigde 65 miljoen jaar geleden. Het Krijt was een zeer warme periode. Een logisch gevolg van de opwarming van de aarde was dat de ijskappen smolten en de zeespiegel steeg, waardoor Limburg overspoeld was door een ondiepe subtropische zee. In deze zee leefden allerlei organismen, variërend van kleine gewervelde diertjes tot de Mosasaurus tot eencellige kalkalgjes, die een tot honderden meters dikke laag zacht sedimentgesteente gingen vormen. 65 miljoen jaar geleden trok de zee zich terug en kwamen de kalkafzettingen aan de oppervlakte te liggen. Vervolgens zetten rivieren als de Maas, de Geul en de Gulp klei en grind af op de achtergebleven mergelgesteenten. Onder invloed van de steeds groter wordende druk ontstond een dik pakket gesteente; de mergel zoals we die nu kennen. Limburg bestaat in Noord- en Midden-Limburg aan de oppervlakte voor een groot deel uit zand- en grindgronden, die miljoenen jaren geleden door de Rijn werden aangevoerd. De tegenwoordig belangrijkste rivier, de Maas, was toen een vrij onbeduidende zijrivier van de Rijn. De Maas stroomt over de hele lengte van zuid tot noord door de provincie en heeft de zand- en grindafzettingen van de Rijn ingesneden.

Wijnbouw, wijnwetgeving en druivensoorten

De wijnbouw in Limburg heeft sinds de jaren ’70 een grote vlucht genomen. Zowel nationaal als internationaal winnen Limburgse wijnen aan erkenning. Zo werd tijdens het huwelijk van Koning Willem-Alexander en Máxima in 2002 een wijn van Hoeve Nekum geschonken en in 2015 behaalde de Pinot Gris van Wijngoed Thorn voor de tweede maal de eerste prijs tijdens een wijnconcours in de Elzas. De marginale grindbodem rondom Thorn en de hellingen in Zuid-Limburg vormen een uitstekend terrein voor de wijnen uit de streek. Inmiddels beslaan de professionele wijngaarden in Limburg totaal ruim 50 ha. De wijnboeren zijn samen met de collega’s in Belgisch Limburg verenigd in de Confrérie van de Limburgse wijn, die de promotie van de Limburgse wijn tot doel heeft.

Voor wat betreft de aanplant van druivensoorten hebben de Limburgse wijnbouwers de keuze uit de klassieke vitis vinifera-rassen of uit de zogenaamde PiWi-rassen. Hybride druivensoorten die beter bestand zijn tegen het marginale klimaat voor wijnbouw doordat ze vroeger rijpen en schimmeltolerant zijn. Onder de klassieke rassen vinden we in de Limburgse wijngaarden witte soorten terug als Chardonnay, Pinot Gris, Pinot Blanc, Muller Thürgau, Auxerrois, Riesling, Gewürztraminer en Rivaner. De rode druivensoorten omvatten Pinot Noir, Frühburgunder en Dornfelder. De hybride druivensoorten winnen gestaag aan terrein en ook in Limburg staan de PiWis, pilzwiderstandsfähigen druivensoorten, volop aangeplant. Bekende PiWi-soorten zijn voor wit: Johanniter en Solaris. Voor rood zijn dat: Regent, Rondo, Cabernet Cortis.

De officiële Nederlandse benaming voor wijn is Landwijn. Dit zijn wijnen die onder de Beschermde Geografische Aanduiding (BGA) vallen, vergelijkbaar met de Franse IGP wijnen. Een Beschermde OorsprongsBenaming (BOB) vergelijkbaar met de Franse AOC kennen we nog niet voor Limburgse wijnen. In juni 2015 is een stap in de richting van een eigen appellation gezet. De vereniging Wijnbouwers Limburgse Maasvallei heeft een registratieaanvraag voor wijn met de beschermde oorsprongsbenaming Maasvallei Limburg ingediend bij het Vlaamse departement Landbouw en Visserij. Het productiegebied rond de Maasvallei bevat een deel van zowel Belgisch als Nederlands Limburg, waardoor beide landen bij de aanvraag zijn betrokken. De registratieprocedure van een BOB omvat twee stappen: een eerste stap op niveau van de lidstaat en een tweede stap op Europees niveau. Bij uiteindelijke erkenning van de naam Limburgse Maasvallei op Europees niveau betekent dit dat wijnproducenten die wijn produceren binnen het afgebakende geografische gebied gebruik mogen maken van deze benaming..

Productiemethoden en productiecijfers

In de beginjaren van de wijnbouw in Limburg ligt de nadruk op de klassieke witte druivenrassen die het ook met name in de Noord-Duitsland goed doen. Het resultaat is droge witte wijn volgens de klassieke maakmethoden. In de jaren na 2000 komt er meer aandacht voor klassieke rode druivensoorten en wordt er zowel voor wit als rood geëxperimenteerd met houtlagering, hetgeen met name bij witte wijnen tot prachtige resultaten leidt.

Doordat Nederland in de klimaatzone A ligt - die het koudst is - is het geoorloofd om wijnen aan te suikeren. Hierdoor krijgen met name de rode wijnen hun volheid in combinatie met frisse zuren. In de afgelopen jaren is een sterke interesse in mousserende wijnen waarneembaar. Hierbij worden verschillende methodes toegepast, van inspuiten van koolstofdioxide voor de goedkopere wijnen tot tweede vergisting op fles voor de beste exemplaren. Gezien de beschermde benaming voor buitenlandse mousserende wijnen wordt Nederlandse mousserende wijn Parelwijn genoemd. Een term die mondjesmaat ingang vindt.

De Nederlandse wijnbouw maakt op dit moment een sterke groei door. Ook in Limburg ontstaan veel nieuwe kleine en grotere wijngaarden. De totale productie aan Nederlandse wijn bedraagt in zijn totaliteit ongeveer 1,2 miljoen flessen per jaar, waarvan Limburg ongeveer 20% voor zijn rekening neemt. De toename in productie is te danken aan een aantal factoren. Ten eerste maken wijnbouwers meer gebruik van schimmeltolerante druivenrassen die beter zijn afgestemd op ons klimaat. De klimaatverandering is gunstig voor druiventeelt in Limburg, doordat de winters zachter worden en de warme periode zich meer verdeelt over de zomermaanden.

Daarnaast investeren wijnbouwers in betere technologie en creëren zij samenwerkingsverbanden zodat men op elkaars expertise en middelen kan terugvallen. Toch zal Nederland (en daarbinnen Limburg) in vergelijking met de traditionele wijnlanden een kleine speler blijven, ook in de toekomst. De verhouding tussen prijs-kwaliteit is nog niet concurrerend genoeg ten opzichte van andere landen om een serieuze rol te spelen op de internationale markt. Als streekproduct doet Limburgse wijn het echter al jaren zeer goed met name in de randstad en vormt het een goed antwoord op de vraag naar lokale lekkernijen.

De Bisschopshoeve

  • Sibberkerkstraat 91
    6301 AV Valkenburg a/d Geul

Volg ons