Champagne

Champagne

De streek

De Champagne is de meest noordelijke streek in Frankrijk waar wijnbouw plaatsvindt. Samen met de Ardennen vormt het gebied de regio Champagne-Ardennen. Gelegen op de 49ste graad noorderbreedte is de streek uiteraard beroemd om zijn mousserende wijnen. Toch produceert de Champagne ook in kleine hoeveelheden witte en rode wijn onder de AOC Coteaux Champenois.

Het gebied ligt ongeveer 160 kilometer ten oosten van Parijs en ten zuiden van de Franse Ardenne. Het omvat de departementen Aube, Marne en een klein deel van Aisne. Wijnbouwkundig wordt de streek opgedeeld in vijf gebieden: Aube, Côte des Blancs, Côte de Sézanne, Montagne de Reims en Vallée de la Marne. Reims en Épernay vormen de centrale steden in het gebied op zowel economisch als cultureel gebied. Door de gunstige ligging ten opzichte van Parijs kende de Champagne een florerende wijnhandel sinds de middeleeuwen.

Dezelfde gunstige ligging betekende ook dat de Champagne door de eeuwen heen strijdtoneel was van vele oorlogen. Met name in de Eerste en Tweede Wereldoorlog is de streek zwaar getroffen. Heden ten dage trekt de Champagne jaarlijks vele bezoekers die de natuur rond de Marne weten te waarderen of die zich in Epernay en Reims te goed doen aan bezienswaardigheden waarvan de oudste stammen uit de Romeinse tijd. De champagne-liefhebber kan een bezoek brengen aan een van de grote wijnhuizen die gevestigd zijn in Reims. Sinds juli 2015 staan de champagnehuizen inclusief wijngaarden, wijnkelders en verkoophuizen op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

De historie

Zijn goede reputatie als wijnstreek heeft de Champagne te danken aan traditie dat de Karolingische koningen in Reims werden gekroond. Volgens de traditie zou keizer Karel hoogstpersoonlijk de aanplant van druivenstokken in de Champagne hebben gestimuleerd. Het gegeven dat het gebied militair strategisch van belang was, had een beduidend minder positieve uitwerking op de wijnbouw. In de Middeleeuwen was het Paus Urbanus II die als ambassadeur voor de streek fungeerde. Zelf geboren in Aÿ in de Marne, verkondigde hij dat de stille wijnen uit zijn streek de beste in de wereld waren.

Mousserende wijn zou pas eeuwen later worden uitgevonden. Door de groeiende reputatie als wijnstreek wilden koningen en pausen graag een wijngaard in de Champagne. Paus Leo X, Karel V van Spanje en Hendrik XIII van Engeland hadden allen een wijngaard in de Champagne. Ook in Parijs en Vlaanderen stonden de stille wijnen uit de Champagne hoog in aanzien. Zodanig zelfs dat de Champagne op voet van oorlog met de Bourgogne verkeerde over reputatie, aanzien en export. Toen echter bleek dat Pinot Noir beter gedijde in de Bourgogne voor stille wijnen, ging de Champagnestreek zich meer richten op witte druivensoorten.

Het oudste huis voor stille wijnen is Gosset, opgericht in 1584. Heden ten dage is het inmiddels champagnehuis nog steeds actief. Pas in het midden van de 17de eeuw, tijdens het bewind van Lodewijk XIV, was de politieke onrust grotendeels voorbij en werd met de productie van mousserende wijn aangevangen. De 18de eeuw zag de geboorte van grote champagnehuizen als Ruinart (1729), Chanoine Frères (1730), Taittinger (1734), Moët et Chandon (1743) en Veuve Clicquot (1772). De mousserende wijn werd al snel populair. Tussen 1800 en 1850 steeg de productie van 300.000 flessen naar 20 miljoen flessen. Een trend die zich is blijven continueren, ook in de 21ste eeuw.

Het terroir, klimaat, bodem en neerslag

De Champagnestreek is gelegen op 49 graden noorderbreedte en ligt daarmee tegen de limiet voor druiventeelt. Deze hoogteligging in combinatie met een gemiddelde temperatuur van 10 ° C zorgt ervoor dat de druiven ternauwernood rijpen. Het rijpingsproces wordt geholpen door de stabiliserende werking van bossen in de omgeving op zowel de temperatuur als de vochtigheid van de bodem. De koude gemiddelde temperatuur en het grote verschil in temperatuur tussen dag en nacht zorgt ervoor dat de druiven langzaam rijpen en dat de zuurtegraad in de druiven bewaard blijft. Deze hoge zuurtegraad is ideaal voor de productie van mousserende wijn.

De Champagne heeft een landklimaat met een gedeeltelijk zeeklimaat. Dit betekent dat er warme zomers zijn en strenge winters. Het gebied is door het partiële zeeklimaat ook gevoelig voor natte zomermaanden. Gedurende het groeiseizoen kan het aantal zonuren per jaar variëren van 1650 tot 2100. De gemiddelde temperatuur in juli is 18 ° C en de jaarlijkse regenval bedraagt 630 mm., waarvan 45 mm. valt tijdens de oogstmaand september. Door de hoge vochtigheid in met name de zomer en oogstmaand is de Champagnestreek gevoelig voor schimmelziektes. Daarnaast is ook vorst in de lente een groot probleem.   

De bodem in de streek bestaat vooral  uit krijtlagen die 70 miljoen jaar geleden door oceanen zijn afgezet. Aardbevingen 10 miljoen jaar geleden zorgden ervoor dat de maritieme sedimenten van fossielen naar de oppervlakte werden gestuwd, waardoor de krijtlagen de bovenlaag vormen. De bodemsamenstelling met fossiele krijtlagen zorgt ervoor dat warmte van de zon overdag wordt geabsorbeerd en geleidelijk wordt afgegeven gedurende de nacht. Daarnaast heeft de bodem een uitstekende drainage en zorgt de dominantie van krijt tevens voor de kenmerkende lichtheid en finesse in de Champagnewijnen. Uitzondering vormt het departement Aube, waar de bodem vooral uit klei bestaat. Hier zijn de mousserende wijnen over het algemeen iets voller. Krijtsteen wordt ook gebruikt voor de bouw van ondergrondse wijnkelders, omdat de champagnes hier koel liggen tijdens het rijpingsproces.

Wijnbouw, wijnwetgeving en druivensoorten

In 1927 werden de grenzen van het gebied Champagne vastgesteld, waarbij de volgende productiegebieden werden bepaald: Aube, Côte des Blancs, Côte de Sézanne, Montagne de Reims, en Vallée de la Marne. Tot 2008 bestreek het gebied in totaal 33,500 ha. aan wijngaarden in 319 dorpen. In dat jaar besloot de INAO het champagnegebied uit te breiden naar 357 gemeentes. Dit alles om in de stijgende vraag naar champagne te kunnen voorzien. De eerste druivenstokken in deze nieuwe gebieden zijn in 2015 aangeplant en vanaf 2021 verwacht men de eerste champagnes op de markt te brengen.

De verschillende districten produceren verschillende druivensoorten die vervolgens door de champagnehuizen worden gemengd. De Pinots op de Montagne de Reims staan geplant op noordelijke hellingen voor het behoud van mooie zuren. In de Vallée de Marne daarentegen staan de druiven op zuidhellingen geplant, waardoor zij rijpen met volle aroma’s. De druiven staan in de Champagne dicht op elkaar geplant en bij wet voorgeschreven laag bij de grond in een dubbele Guyot of Gordon aanplant. Hierdoor wordt voorkomen dat de druiven te rijp worden en hun zuren behouden.

De drie druivensoorten die de Champagne domineren zijn Pinot Noir, Chardonnay en Pinot Meunier. Pinot Noir vormt 38% van het totaal en is vooral terug te vinden rond de gebieden Montagne de Reims en Côte des Bar op de koele krijtgronden. Pinot Noir zorgt in een blend voor body en structuur. De eveneens rode Pinot Meunier vormt 32% van de aanplant en is een robuuste verwant van de Pinot Noir die beter tegen koude kan en goed gedijt op de kalkgronden van de Marne Vallei. Pinot Meunier voegt volheid en subtiele fruitigheid toe aan een blend, maar oudert sneller dan Pinot Noir en Chardonnay. Chardonnay is goed voor 30% van de aanplant en regeert in de Côte des Blancs waar Chardonnay delicate wijnen geeft met citrusfruit, mineralen en florale tonen. Chardonnay ontwikkelt zich langzamer dan de twee rode druivensoorten en produceert daardoor wijnen die een groot bewaarpotentieel hebben. Ook zijn de witte druivensoorten Arbane, Petit Meslier, Pinot Blanc en Pinot Gris toegestaan, die samen minder dan 0.3% van de aanplant beslaan.

In 1942 werd de wijnwetgeving in de Champagne drastisch aangepakt. Dit om de kwaliteit van het product en zijn reputatie te waarborgen. Ook werd besloten dat de Champagne de enige streek in Frankrijk is die Appellation d'Origine Contrôlée niet op de etiketten hoeft te voeren. In de jaren ‘20 was bovendien al een kwaliteitswaarborg ingesteld door het Échelle des Crus, oftewel de Ladder van de Crus. De prijs voor een kilo wijndruiven werd bepaald aan de hand van een 100 punten classificatie van de wijngaarden. Hieruit volgde de indeling in Grand Crus (nu 17 wijngaarden) en Premier Crus, allen gevestigd in de Marne, en de rest. De Appellatie-regels schrijven tegenwoordig voor dat 4000 kilo druiven geperst mag worden tot 2550 liter sap. De eerste 2050 liter vormt de cuvée en de overige 500 liter vormt de taille. Alle druiven moeten uit de Champagnestreek komen. Voor vintage champagne, die alleen in uitzonderlijke goede jaren wordt gemaakt, geldt, dat de druiven volledig uit het betreffende jaar moeten komen. In niet-vintage jaren is de champagne altijd een assemblage van verschillende jaren. Het doel hiervan is een coherent product te maken jaar na jaar. Vintage champagne moet minimaal 3 jaar rijpen, waarvan 9 maanden op gist. De grote huizen laten hun wijnen echter veel langer rijpen. Niet-vintage champagne moet minimaal 15 maanden rijpen met minimaal 9 manden op gist. De meeste huizen kiezen er echter voor om gedurende de hele periode de wijn op gist te laten rijpen. Dit draagt bij aan de kwaliteit en scheelt in productiekosten. In 1994 werd door de Europese Unie verordend dat de term Méthode champenoise voortaan alleen nog in de Champagne mag worden gebruikt om verwarring te voorkomen. Méthode traditionnelle mag niet meer in de Champagne worden gebruikt.

Vinificatie

Champagne wordt volgens de Méthode champenoise gemaakt. Dat betekent dat champagne altijd door middel van tweede vergisting in de fles tot stand komt. De methode is ruim 300 jaar oud en stamt waarschijnlijk uit Engeland. Allereerst worden eind september de druiven geplukt. Om het zuurgehalte in de druiven te behouden, worden druiven die bestemd zijn voor champagne vaak iets minder rijp geoogst. Het is verplicht om de druiven handmatig te plukken. Vervolgens worden de druiven geperst. Om wit sap van de twee rode druivensoorten te krijgen, moet men voorzichtig te werk gaan. Voor de productie van een fles champagne (75 cl) is ongeveer 1,2 kilo druiven nodig. 

Vervolgens vindt de eerste vergisting plaats. De druiven worden per soort vergist, ofwel in houten vaten of in stalen tanks. Sommige wijnhuizen vertrouwen hierbij op de aanwezige wilde gisten, terwijl andere wijnhuizen gecultiveerde gistsoorten gebruiken. Vervolgens kan de keldermeester kiezen voor het al dan niet toepassen van malolactische fermentatie, waarbij appelzuur wordt omgezet in het mildere melkzuur. Dan vindt de assemblage plaats volgens recept van het champagnehuis. Hierbij worden de stille wijnen van de verschillende fermentaties bij elkaar gevoegd en aangevuld met stille wijn uit voorgaande jaren voor een consistent resultaat. Champagne die alleen van Chardonnay wordt gemaakt noemt men Blanc de Blancs en champagne die alleen van rode druiven wordt gemaakt, noemt men Blanc de Noirs.

De wijnen worden gebotteld en voorzien van een mengsel van suiker en gist, de 'liqueur de tirage'. Dit is nodig om de tweede vergisting op gang te brengen, aangezien alle gist en suiker bij de eerste vergisting is opgebruikt. Bij de vergisting ontstaat koolzuurgas dat zich mengt met de wijn waardoor de bubbels ontstaan. Vervolgens moet de wijn een paar jaar rijpen. Dit kan zowel op het gist of na filtering van de gist. Voor de kwaliteit is het belangrijk dat de champagne rijpt op gist. De smaakcomplexiteit neemt toe door autolyse, waarbij het gist tonen van brooddeeg en brioche aan de champagne toevoegt. Tevens wordt de bubbel fijner van structuur. De rijpingsduur is minimaal 15 maanden voor non-vintage champagnes en minimaal 3 jaar voor vintage champagnes. Hierbij is een constante koele temperatuur tussen de 10 en 12 ° C van belang, evenals bescherming tegen licht.

Als de champagne geschikt is voor consumptie volgen remuage, dégorgement en dosage met liqueur d'expedition. Remuage is het opschudden van de gist zodat die geleidelijk in de hals van de fles terecht komt. Vroeger werd dit handmatig gedaan, tegenwoordig gebruikt men hiervoor de gyropalet. Door middel van dégorgement wordt de gistprop bevroren en uit de fles geschoten. De champagne die hierdoor verloren gaat wordt aangevuld met liqueur d’expedition. Dit is een combinatie van oude reservewijnen en eventueel een hoeveelheid rietstuiker die dosage wordt genoemd en de zoetheid van de champagne bepaalt. Dit kan in verschillende gradaties. Een champagne waaraan alleen wijn wordt toegevoegd heet een zéro dosage. Het suikergehalte van een doux champagne is het hoogst. Tot slot wordt de kurk geplaatst en de fles ‘aangekleed’.

Wereldwijd neemt de vraag naar champagne gestaag toe, met de Belgen als grootste consumenten van champagne. In 2007 werd het record gevestigd. In dat jaar werden 338,7 miljoen flessen champagne geproduceerd. In de afgelopen jaren blijft de consumptie van champagne stabiel of laat zelfs een lichte stijging zien, waar de consumptie van witte wijn en rode wijn wereldwijd daalt.  

De Bisschopshoeve

  • Sibberkerkstraat 91
    6301 AV Valkenburg a/d Geul

Volg ons